Beschrijf een risico dat je hebt genomen waar je geen spijt van hebt.
Ik ben niet echt impulsief. Laat staan een avonturier. Toch heb ik achteraf best een risico genomen door op 11 augustus 1999 in Noord-Frankrijk de algehele zonsverduistering te willen zien.
Na veel wikken en wegen besloot ik dat ik toch naar Noord-Frankrijk moest rijden. Simpelweg omdat daar volgens een bepaald schema de zonsverduistering het beste te zien zou zijn. Veel beter dan in Nederland.
Lasbrillen
Voor ik kon vertrekken moest ik nog wat hindernissen overwinnen. Vrij krijgen van het werk lukte in eerste instantie niet. De bezettingsgraad zou dan door haar ondergrens zakken. Aangezien ik echter al een paar jaar geen vakantie had opgenomen in de zomerperiode was er gelukkig een uitzondering mogelijk.
Vervolgens was er nog de uitdaging van het bemachtigen van een eclipsbril. Die waren simpelweg stijf uitverkocht. Zelfs lasbrillen waren er nauwelijks nog. Gelukkig wist ik nog net eentje bij een bouwmarkt op de kop te tikken. Sloopte het glaasje eruit en nam dat mee om mijn ogen te beschermen.
Langs de kant van de weg
Mijn vervoersmiddel was een aftandse tweedehands Renault 5 GTI die ik voor een prikkie op de kop had getikt. Niet echt betrouwbaar dus. Ook was met de auto naar het buitenland gaan best een uitdaging. Ik had immers nog maar enkele jaren mijn rijbewijs. Was nog nooit met de auto in het buitenland geweest.
Daar ging ik dan uiteindelijk. Op 10 augustus ‘s avonds vertrekken en zo ver mogelijk zien te komen voor de volgende ochtend de verduistering zich zou voordoen. Nog wel even langs de kant van de weg slapend, maar daarna ook snel weer verder rijdend. Met een voorbereiding van nul komma nul.
Lekker goedkoop
Ik had zegge en schrijve 25 gulden in mijn portemonnee. Had er geen rekening mee gehouden dat je in België en Frankrijk met andere valuta betaalde en er geen moment bij stilgestaan dat Frankrijk tolwegen kende.
Op de heenweg besloot ik in Luxemburg te tanken. Lekker goedkoop immers. Helaas bleek ik bij dat hele grote tankstation vlakbij de grens niet met mijn Nederlandse bankpas te kunnen betalen. Dus tekende ik een verklaring, liet mij vertellen dat een dorpje verderop een pinautomaat was en ging geld proberen te pinnen.
Franse gendarmerie
Hoewel het een heel klein dorpje was kon ik de geldautomaat niet vinden. Wel zag ik aan een ogenschijnlijk gewoon woonhuis een bord met daarop politie vermeld hangen. Eenmaal bij de ingang zag ik door de ruit van de voordeur net nog hoe de agent zijn uniform aantrok. Hij wist mij te vertellen waar de geldautomaat was. Niet veel later reed ik terug naar het tankstation, betaalde alsnog en vervolgde mijn weg.
Vlak voor de zonsverduistering zou beginnen werden we door de Franse gendarmerie de snelweg afgedirigeerd. Ineens stond ik tussen een grote groep anderen te wachten op wat komen zou. Er heerste een gespannen stemming. We keken op een uitgestrekte akker met hooibalen uit toen ineens als een soort rolgordijn de duisternis zich van de horizon over de akkers richting ons parkeerterrein uitrolde.
Arnhemse tandarts
Ineens was het niet pikkedonker maar wel heel erg schemerig. Alle vogels waren stil. Dankzij mijn lasglas kon ik recht in de zon kijken. De slagschaduw van de maan trok langzaam over de zon. Tot alleen die stralenkrans die je van foto’s kent zichtbaar was. De ervaring was intens en overweldigend. Ineens begon iedereen spontaan te klappen. Niet veel later was alles weer binnen een paar minuten normaal. De vogels kwetterden weer uit volle borst.
Naast mij stond een tandarts uit Arnhem met zijn twee zoons naar het spektakel te kijken. Toen ik hen over de tolweg hoorde praten sloeg me de schrik om het hart. Ik had alleen maar 25 gulden bij me! Dus sprak ik de Arnhemmer aan en vroeg hem of ik misschien met mijn bankpas kon betalen. Volgens hem niet. Gelukkig ontpopte hij zich vervolgens als mijn redden in nood. “Rijd maar achter me aan, dan betaal ik ook wel voor jou als we langs de tolpoort moeten.” Zo gezegd zo gedaan. Na de tolpoort parkeerden we de auto en betaalde ik hem de 25 gulden die ik bij me had.
Heelhuids terug in Kampen
Proberen te voorkomen dat ik weer op een tolweg zou terechtkomen reed ik via allerlei landweggetjes naar een klein plaatsje waar ik op het dorpsplein bij de flappentap extra veel geld tapte. Gelukkig maar, want niet veel later terug op de snelweg ging mijn olielampje branden. Niet wetende dat je eigenlijk zo snel mogelijk aan de kant van de weg moet gaan staan reed ik door tot de eerstvolgende benzinepomp waar ik een klein flesje motorolie kocht. Voor een godsvermogen, want omgerekend bleek die halve liter ruim 100 gulden te zijn. Er werd overduidelijk geprofiteerd van de zonsverduistering.
Gelukkig lukte het wel heelhuids Kampen weer te bereiken. Een onuitwisbare indruk rijker.