In de zomer van 2018 liep ik stage bij de regionale omroep RTV Oost. Voor de tweede keer. Een periode die ook wel bekendstaat als komkommertijd. Een nieuwsluwe periode. Behalve dit jaar. Dit jaar was het droger dan het lange tijd geweest was.
De laatste keer dat extreme droogte Nederland teisterde was in 1976. Kijkend naar de KNMI droogtemonitor bleef 2018 lange tijd onder dit recordjaar, om vervolgens in midden juli toch alsnog 1976 te overtreffen.

De ene zijn dood is de ander zijn brood zeggen ze wel eens. In zekere zin gold dat ook voor mij dit jaar. In plaats van een gezapig voortkabbelende stage te volbrengen was het nu immers een hele dynamische periode. Vanuit journalistiek oogpunt gezien prachtig dus.
We maakten speciale themauitzendingen en als stagiair had ik de mazzel me extra in de materie te kunnen verdiepen. Dus verdiepte ik me in de noodscenario’s, alle informatie op het gebied van watermanagement op www.rijkswaterstaat.nl en werd in korte tijd een waterexpert. Met als gevolg dat mijn stage niet voortkabbelde maar een heerlijke dynamische periode was.

Waarom ik hier ineens over begin? Omdat ik vandaag in de NRC een artikel over het in de toekomst anders moeten omgaan met water lees. Was het vroeger bij wateroverlast in natte periodes gebruikelijk water zo snel mogelijk via de rivieren naar zee af te voeren, nu moeten we water meer vasthouden. Zodat we water hebben als het droger is. En droger wordt het.
In 2018 was het voor het eerst sinds 1976 extreem droog. Een droogte die voor de boeren, scheepvaart en waterbeheerders in Nederland in dat jaar tussen de 450 en 2080 miljoen euro schade opleverde.
Gek eigenlijk dat de droogte van dit jaar tot nu toe veel erger is dan in 1976 én 2018 maar dat je er niemand over hoort? Is er ineens geen urgentie meer? Het is dat ik tegenwoordig journalistiek niet actief ben, anders zou ik op zoek gaan naar antwoorden.