Amok in aalsum

A

Een imposant wolkendek strekt zich uit over het vlakke Friese weidelandschap. Zwartbonte koeien staan onverstoorbaar te grazen in de wei. Het idyllische plaatje doet denken aan het schilderij van een Hollandse meester. De wind heeft vrij spel op dit vlakke land. Een slijptol overstemt de vogelgeluiden.

Pluimveehouder Rimer Dijkstra is druk bezig het recent door hem overgenomen pluimveebedrijf te verbouwen. De twee langgerekte stallen die eerst onderdak boden aan vleeskuikenouderdieren moeten nu biologische leghennen gaan huisvesten. Kippen die ook vrij rondom de verblijven gaan rondscharrelen.

Vooral het vrijuit scharrelen van de leghennen wordt door Dijkstra’s naaste buren met angst en beven tegemoet gezien. Zij vrezen overlast door fijn stof en stank. Ook zijn ze bang dat het land rond de kippenverblijven door het wroetende pluimvee in een woest maanlandschap verandert.

Direct nadat de plannen voor de biologische boerderij bekend werden organiseerden de buren zich. Persberichten naar lokale en regionale media gingen de deur uit. Woordvoerders lichtten de bezwaren aan de pers toe en in de wijde omgeving werd een flyer verspreid. Voor een boerderij met biologische legkippen is volgens hen géén plaats in het vlak boven Dokkum liggende buurtschap Aalsum.

Rimer Dijkstra, eigenaar pluimveebedrijf Het Waddenei
Rimer Dijkstra over de bezwaren die zijn buren maken tegen zijn pluimveebedrijf

Badend in het stof

Fijn stof is binnen de pluimveesector inderdaad een serieus probleem. Volgens Jan Workamp van het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij in Barneveld is met het afschaffen van de legbatterij in 2012 is de hoeveelheid fijnstof bij loslopende kippen met een factor tien toegenomen.

Workamp: “Vanuit welzijnsargumenten is het een mooie ontwikkeling dat kippen tegenwoordig niet meer op de legbatterij zijn gehuisvest maar loslopen. Daarbij is alleen het hele grote nadeel de fijn stofproductie. Doordat de dieren met strooisel en mest in contact komen, daarin scharrelen en in het stof baden brengen zij veel stof in beweging.”

De pluimveesector is met name in drie gebieden in Nederland geconcentreerd: De Gelderse Vallei, Oost-Brabant en Noord-Limburg. In die regio’s is het aandeel van door de veehouderij geproduceerde fijn stof hoger dan landelijk. Voor provincie, gemeenten en sectororganisaties binnen de Gelderse Vallei reden een manifest op te stellen.

Fijn stof concentraties in nederland

Jan Workamp, projectleider Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij (PEV) in Barneveld
Jan Workamp vertelt over de plannen in de regio Barneveld om de fijnstofproductie te verminderen

Nieuwe technieken tegen fijnstof

Veilig van de kippen gescheiden kijken we in de tussenruimte van de Poultry lnnovation Lab door een ruit naar de rondscharrelende kippen. Workamp licht toe: “Besloten is met het manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij te komen”. Doel van dit manifest is volgens Workamp om de emissies in deze regio sterker te reduceren.

Om de hoeveelheid fijn stof in stallen omlaag te brengen is het PEV begonnen met een aantal proefprojecten. Innovatieve bedrijven konden zich melden met nieuwe technieken. Technieken die in de praktijk bij boeren worden uitgetest. Workamp: “Het blijkt te lukken. Bij de acht technieken die we nu aan het testen zijn zien we afnames in de hoeveelheid fijn stof van 20 tot meer dan 40%. Dat is best aanzienlijk.”

Uitsluitend deze technieken toepassen is volgens Workamp niet afdoende. “Je moet het zien als aanvullende maatregelen die je kunt nemen naast andere systemen die al bestaan, zoals een warmtewisselaar, mestdroging en biowassers.” Ook denkt Workamp dat er nog winst te boeken is door een iets ander management van het bedrijf. “Door bijvoorbeeld een ander strooisel te gebruiken, een dunnere laag toe te passen of met een ander merk kip te werken die wat minder scharrelgedrag vertoont.”

bezwaren ongegrond

Terug naar het Friese Aalsum. Hoewel omwonenden fel gekant zijn tegen de komst van de scharrelkippen van Rimer Dijkstra besluit de gemeente dat niets het afgeven van een vergunning in de weg staat.

Tegen deze beslissing worden 33 zienswijzen ingediend. 18 daarvan bleken niet ontvankelijk omdat de indieners te ver van het bedrijf vandaan wonen. Hoewel de bezwaarschriftencommissie kritisch is over de afgegeven vergunningen wijst zij alle bezwaren af. De commissie verwacht dat de geur- en geluidsoverlast binnen de normen blijft en acht ook de uitstoot van fijn stof niet verontrustend.

Staand naast de stallen hoor je vaag het gekakel van de kippen. Dijkstra vertelt weinig van de bezwaren te begrijpen. “Dit hadden we nooit verwacht. Als we om ons heen kijken zien we één en al ruimte. Als het hier niet meer kan dan kunnen we in heel Nederland wel stoppen.” Daarnaast begrijpt Dijkstra niet hoe je in een tijd waarin dierenwelzijn steeds belangrijker wordt gevonden tegen een biologische leghennenboerderij kunt zijn. “Als dieren zowel binnen als buiten hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen, lijkt mij dat de beste manier om dieren te houden.”

Voorlopig zullen Dijkstra’s kippen nog niet in de buitenlucht rondlopen. Dijkstra: “We zijn nog steeds met de vergunningen bezig. Er moet nog hekwerk komen. Ook hebben we de gemeente al een melding gedaan dat we de dieren naar buiten willen hebben. Het is afwachten wat daar weer van komt.”

Herman Haverkort, biologisch slager
Slager Haverkort over het eten van vlees in het algemeen en biologisch vlees in het bijzonder

minder vlees eten

Maar wat is nu beter voor het milieu? De productie van gangbare kip of het produceren van biologische kip? Wetenschapper Sanne Dekker promoveerde aan de Wageningen Universiteit op een onderzoek waarin geconcludeerd wordt dat gangbare kip efficiënter geproduceerd wordt en daardoor milieuvriendelijker is.

Biologisch slager Herman Haverkort uit Zwolle is niet overtuigend. Als derde generatie binnen de familie nam hij in 1996 het bedrijf van zijn vader over. Een bedrijf dat zijn opa in 1931 begon. Rond 2000 is Haverkort geleidelijk aan zijn bedrijf gaan omvormen tot puur biologisch. “Het draait allemaal om bewustwording”, volgens Haverkort. “Met alles wat we kopen zouden we eigenlijk moeten nadenken of het product wel bij ons past. Of we hier ons geld aan willen uitgeven of toch een hogere bijdrage aan de maatschappij en het welzijn van ons allemaal willen leveren.”

Geconfronteerd met het onderzoeksresultaat dat biologische kip minder milieuvriendelijk zou zijn verandert Haverkort van toon. “Dan praat je niet over dierenwelzijn. Die schuif je dan volledig aan de kant. Bij de productie van gangbare kip is veel uitval. We hebben een kip die sneller groeit, waar minder smaak aan zit en die veel vocht vasthoudt.” Ook wordt volgens Haverkort in de reguliere sector meer medicatie gebruikt en wordt bij de verbouwing van grondstoffen voor kippenvoer bestrijdingsmiddelen toegepast en kunstmest gebruikt. “Dat zijn allemaal negatieve dingen. Die hoor je niet. Het gaat dan alleen maar om efficiency. Als het maar veel en goedkoop is, dan is het goed. Als we dat blijven zeggen dan gaan we het met zijn allen niet redden op deze planeet”.

In het rapport in 2018 door de Raad voor de Leefomgeving uitgebrachte rapport ‘”Duurzaam en Gezond: Samen naar een houdbaar voedselsysteem’ wordt de oplossing gezocht in het terugbrengen van de veestapel én het minder consumeren van dierlijke eiwitten. In minder vlees eten kan Haverkort zich goed vinden. “Het is helemaal niet nodig om iedere dag veel vlees te eten. Dat krijgen we natuurlijk wel omdat de kilo aanbiedingen nog steeds in de supermarkt liggen.

Ook in hoe wij als consument met eten omgaan is volgens Haverkort bewustwording nodig. Wat willen we nu met elkaar? “Het was dan misschien wel in de aanbieding, maar was het nou nodig? Heeft het gesmaakt? Of heb je je misschien een beetje overvoed?”

Recente reacties

Archief

Categorieën

Meta